Richtlijn Toepassen van antimicrobiële middelen behandelt het verantwoord en transparant toepassen van antimicrobiële middelen bij dieren met als (waarschijnlijkheids)diagnose een bacteriële infectie. Het doel van deze richtlijn is om de dierenarts die antimicrobiële middelen voorschrijft te ondersteunen bij het maken van onderbouwde behandelkeuzes. Dit betreft zowel de keuze van het antimicrobiële middel als de toepassing en de therapie-evaluatie.

Daar waar bij het toepassen van antimicrobiële middelen knelpunten ontstaan, vanwege een conflict tussen het wettelijk kader en goede veterinaire praktijk, geeft deze richtlijn aanbevelingen om op een verantwoorde manier met deze conflicten om te gaan. Op deze manier draagt deze richtlijn bij aan het transparant maken van het gebruik van antimicrobiële middelen in de diergeneeskunde.

De richtlijn is opgesteld door een daartoe geïnstalleerde, multidisciplinaire werkgroep, in opdracht van het bestuur van de KNMvD. De richtlijn vertegenwoordigt de geldende professionele standaard ten tijde van de opstelling en is niet te beschouwen als wettelijk voorschrift.

De richtlijn is 24 maart 2015 gepubliceerd en is 30 juni 2015 vastgesteld door het bestuur van de KNMvD.

De richtlijntekst is opgedeeld in drie delen. Deel 1 geeft in het kort de belangrijkste aanbevelingen weer. Deel 2, de hoofdtekst, bevat de toelichting op deze aanbevelingen. De onderbouwing van de aanbevelingen vindt u in deel 3: de eindnoten. De urgentie van een aanbeveling is afhankelijk van de kwantiteit en kwaliteit van het onderliggende bewijs. Deze urgentie blijkt uit de bewoording van de aanbevelingen.

Lees hier de hele richtlijn. Bekijk hier de stroomdiagram 1 en stroomdiagram 2.